Hij was al op de radio geweest. Met “Meneer de Prrresident”…! Zijn single-plaatje hadden we al in huis.
Bedenk eventjes dat je toen als een soort van Wappie versleten werd, hè – als je tegen de moorddadige oorlog in Vietnam protesteerde. “Langharig werkschuw tuig” met Beatlehaar waren de Wappies van weleer – en bovendien een gevaar voor onze westerse “vrijheid en democratie”.
Oude RAI, Amsterdam. Met mijn ouders en mijn broertje. Slot van een vredesdemo tegen de yanks in Vietnam. Tegen napalmbombardementen. Stampvolle hal. Wij scandeerden “Johnson Moordenaar!” Daarvoor kon je toen gearresteerd worden. Vandaar professor Tinbergens’ meesterlijk bedachte variant “Johnson Molenaar”.
En daar was Boudewijn de Groot opeens op het podium. Onverwacht recht voor ons.
Boudewijn zong. Meneer de Prrresident, Slááp Zácht…! Vanuit onderkoelde woede, recht voor zijn raap. Die laatste zin klonk als een sirene.
Als klein joch zag ik dat hij de G steeds in baree-positie pakte. Waarom? Dat leek me moeilijk toen. Maar ik zou het thuis meteen gaan naspelen, het geheel zat verpakt in maar vijf akkoorden (capo 3). Met voor mij een gewone G. Want ik zou zelf ook protestzanger worden, dat wist ik vanaf die massameeting op die kokende middag.
Kun je nog zingen, zing dan mee
Er waren gele tekstvelletjes rondgegaan in het publiek. Daar had Cobi Schreijer voor gezorgd, hoorde ik vele jaren later zelf van deze sympathieke zingende folkvrouw die Bo zo’n beetje had ontdekt via haar Haarlemse Jazzclub (waar ze toen ook al Herman van Veen, Herman Erbé en de nog onbekende Paul Simon e.a. had staan).
Vanaf Coby’s gele tekstvelletjes zongen we ook nog “Er Komen Andere Tijden” mee (een vertaalpoging van Dylans’ “Times They Are a-Changing”).
Stardom
De stampvolle meeting in de Oude RAI liep af, de mensen keerden strijdbaar huiswaarts.
En opeens zag ik hem, samen met mijn broertje, in het lege zijpad recht op ons af lopen. Wellicht richting podium om zijn gitaar nog af te halen. Hij zag ons. Ik zag hem. Er ging een lichte siddering door mij heen. En ik besloot de stoute schoenen aan te trekken, in een flits. Ik durfde dat. Nu of nooit.
“Meneer, mogen wij een handtekening van u?”
Boudewijn keek ons even bedachtzaam aan.
En hij zeide: “Nee jongens… vandaag zijn er andere dingen belangrijk.”
En hij beende weer door.
Ik riep hem nog ff na, nerveus lacherig: “Ah ja, natuurlijk…!”
Schuldbewust.
Op deze dag tegen die smerige oorlog alleen maar denken aan zijn stardom… door te bedelen om iets onbenulligs als een persoonlijke krabbel voor jezelf…
Op deze protestdag.
Bah! 😀
