OMA ” BILTHOVEN”

OMA ” BILTHOVEN”

Uit logeren was bij oma “Bilthoven” honderd keer leuker dan bij oma “Amsterdam”.
De tuin met de grote zandbak.
De lange boswandelingen met opa, de geur van dennennaalden, het zoeken naar verdwaalde golfballen langs het oude enkelspoor van Bilthoven naar Zeist, het treinen kijken aan het station bij het Emmaplein. Hun grote huis zelf – twee onder één kap, gerietdekt, Hoflaan 4. Hier heerste een vriendelijke regelmaat van de dagelijkse dingen, zoals de zwartwit-televisie waar we naar mochten kijken, met Swiebertje en Pipo en de Verrekijker. Maar niet alleen dat: oma “Bilthoven” was voor ons de lieve oma.

Brussels lof

Bilthoven was altijd een vakantie waar ik optimaal gelukkig was. We werden hier jaarlijks enkele weken geparkeerd, zodat mijn ouders “nou eens eindelijk even zonder ons” op hun eigen fietsvakanties konden genieten.

Zelfs de vaat en het scheppen van de kolen uit de schuur in de kolenkit was me niet teveel gevraagd. Alleen hun Brussels Lof was niet te vreten: voorzien van snottebellen en hun hele huis stonk er naar – zoals trouwens het hele huis altijd naar warm eten stonk rond etenstijd. Want warm eten vond ik vies. Alle groente werd – old-school – zeker drie kwartier lang kapot gekookt. Mijn moeder bracht deze gewoonte terug tot een kwartier of twintig minuten. En ik schafte het koken van groenten uiteindelijk bijna helemaal af, onder invloed van mijn swingende hippie-rawfood-vrienden).

Bijlessen!

Maar nu komt het.
Ik zat op de HAVO met een herexamen Duits opgescheept. Dat moest ik halen, anders zou ik weer blijven zitten – voor de tweede keer.
Oma “Bilthoven” had in haar jongere jaren voor de klas gestaan. Ze kon dus best streng zijn, ook voor ons, op onze vakanties bij haar en opa. Opa was zelfs hoofdonderwijzer van Bilthoven geweest, dus zijn discipline roken we, mét zijn sigarenrook, van tien meter afstand.

Mijn oma bood aan om mij door dat Duitse herexamen te slepen. Het zou goed komen, stelde ze mij gerust. Waar ik niks van geloofde. Die naamvallen – met al die uitzonderingen, vreselijk.
Ze bond mij aan de eettafel aan een dagelijkse ijzeren discipline: rijtjes leren, vervoegingen oefenen, woordjes stampen.
Terug op mijn herexamen doorzag ik alle ingebouwde valkuilen in de opgaven. Op veel manieren trachtte men mij er in te luizen. Ik wist gewoon alles. Pet-makkelijk!

Geen cijfer

Mijn ingeleverde herexamen kreeg ik nooit terug van Jansen. Maandenlang soebatte ik om mijn cijfer. En steeds zei hij alleen maar geruststellend: “t’is in orde”.
Zeer wellicht had ik dus een tien. Want ik had echt alles doorzien. Maar dat mocht niet bekend worden – want ik was toch immers dat sulletje met Duits. Dit was de kift van Jansen.
Geheel in de toenmalige gepolitiseerde tijdgeest van toen noemden wij dit een vuile nazi-streek.
Mijn lieve oma “Bilthoven”… wat heeft zij mij goed geholpen.

(Porto Santo – 20-2-2023 – aangevuld/geredigeerd op 25-2-2026)

25 feb 2026